Wie straks een woning koopt op Eilanden van Hain, kiest niet alleen voor een nieuw huis. Je kiest voor een woonomgeving die vanaf de eerste schets is ontworpen rondom water, groen en het karakter van de Zaanstreek. Maar hoe ontstaat zo'n wijk eigenlijk? Welke keuzes maken architecten voordat de eerste paal de grond in gaat?
We spraken met Marinus Jongeneel, senior architect bij Common Affairs. Hij werkt inmiddels ruim twee jaar aan Eilanden van Hain en vertelt samen met de oorspronkelijke ontwerpvisie van architect Jos van Eldonk het verhaal achter een wijk die allesbehalve standaard is.
Nog voordat de eerste woning was ontworpen, stond één uitgangspunt al vast: water moest de drager van het plan worden.
"Tijdens de tender hebben we heel bewust gekozen voor een ontwerp waarin het water een hoofdrol speelt", vertelt Marinus. "We waren één van de weinige partijen die écht eilanden maakten in plaats van simpelweg water tussen woningen. Juist dat onderscheid heeft uiteindelijk een belangrijke rol gespeeld bij het winnen van de tender."
Die gedachte sluit naadloos aan op de visie waarmee architect Jos van Eldonk het plan ontwikkelde. Eilanden van Hain moest geen traditionele uitbreidingswijk worden, maar een woonomgeving die voortkomt uit het landschap van de Zaanstreek. Niet gebouwd tégen het landschap, maar mét het landschap.
De locatie van Eilanden van Hain is bijzonder. Aan de ene kant ligt Krommenie, aan de andere kant strekt het open polderlandschap zich uit. Juist die overgang vormde de inspiratie voor het stedenbouwkundig ontwerp.
Hoewel het plan geen letterlijke kopie is van het historische slagenlandschap, is de invloed ervan overal zichtbaar. De brede watergangen, de eilandenstructuur en de open zichtlijnen zorgen ervoor dat de wijk als vanzelfsprekend lijkt op te gaan in haar omgeving.
"Wat ik misschien wel het mooiste vind", zegt Marinus, "is dat je straks niet het gevoel hebt dat je in een enorme nieuwbouwwijk woont. Elk eiland voelt als een kleine gemeenschap. Daardoor ontstaat vanzelf een buurtgevoel."
Wie straks door de wijk wandelt, merkt direct dat water overal aanwezig is. Niet als een smalle sloot langs de achtertuin, maar als een volwaardig onderdeel van de leefomgeving.
"We hebben bewust gekozen voor brede watergangen", legt Marinus uit. "Op sommige plekken zijn die meer dan twintig meter breed. Dat geeft echt een eilandgevoel. Als je alleen smalle sloten maakt, voelt dat heel anders."
Vrijwel alle woningen krijgen bovendien een relatie met het water. Veel woningen beschikken over een terras aan het water en doordat de woningen niet recht tegenover elkaar liggen, blijft de privacy behouden.
Ook bewoners zonder directe waterkavel kunnen straks genieten van het water. Op verschillende plekken komen openbare vlonders waar je kunt zitten, vissen, suppen, kanoën of gewoon genieten van het uitzicht. De meeste bruggen worden bovendien doorvaarbaar, zodat kinderen met een kano of een klein bootje een rondje door de wijk kunnen varen.
Een opvallend verschil met veel andere nieuwbouwwijken is de opzet van de straten.
"We hebben geprobeerd om het straatbeeld zo vriendelijk mogelijk te maken," vertelt Marinus. "Daarom zie je geen lange, kaarsrechte wegen. De straten maken subtiele bochten, worden soms iets smaller en wisselen af met hofjes, hagen en water."
Dat is niet alleen mooi om te zien, het heeft ook een praktisch voordeel. Auto's rijden vanzelf rustiger en de openbare ruimte voelt prettiger voor wandelaars, fietsers en spelende kinderen.
Op de koppen van de eilanden komen bovendien royale parkjes met speelplekken voor verschillende leeftijden. Daardoor ligt groen nooit ver weg.
Een detail waar toekomstige bewoners misschien niet direct bij stilstaan, en waar volgens Marinus veel aandacht aan is besteed, is parkeren.
"We moesten natuurlijk veel auto's kwijt. De kunst was om ervoor te zorgen dat je ze zo min mogelijk ziet."
Daarom zijn de parkeerplaatsen zoveel mogelijk ondergebracht in groene parkeerkoffers aan het begin van de eilanden. Ze liggen als het ware in de oksel van de straat, achter bomen en hagen.
"Daardoor kijk je niet uit op lange rijen geparkeerde auto's wanneer je je straat inloopt. Dat lijkt een klein detail, maar het maakt enorm veel verschil voor de uitstraling van de wijk."
Ook de architectuur vertelt een verhaal. De woningen zijn duidelijk geïnspireerd op de Zaanse bouwtraditie, zonder historiserend te worden.
"Het was nooit de bedoeling om oude Zaanse huizen letterlijk na te bouwen", legt Marinus uit. "We hebben gezocht naar een eigentijdse vertaling."
Dat zie je terug in de karakteristieke kapvormen, de verschillende woningtypes en het zorgvuldig gekozen kleurenpalet. Horizontale en verticale houten gevelbekleding worden gecombineerd met metselwerk op de begane grond. Zo ontstaat een moderne uitstraling die tegelijkertijd herkenbaar Zaans aanvoelt.
Van rijwoningen tot vrijstaande villa's: iedere woning heeft een eigen karakter, terwijl ze samen één architectonische familie vormen.
Een van de slimste oplossingen binnen het plan ligt misschien wel achter de woningen. De overgang tussen tuin en water is namelijk zorgvuldig ontworpen. Tussen de particuliere tuin en het water komt een groene oeverzone. De strook aan het water is straks particulier eigendom. Het is straks voor de helft ingericht als terras, de helft wordt beplant, waardoor de overgang van natuur naar de tuinen een natuurlijke uitstraling krijgt.
"Daar hebben we heel lang over nagedacht", vertelt Marinus. "We willen voorkomen dat iedereen zijn tuin aan het water gaat ophogen en bestraten. Dan verdwijnt het groene karakter en dat voorkomen we nu met ons ontwerp."
Door een uniforme overgang met beplanting blijft overal langs het water een groene uitstraling behouden. Dat is niet alleen mooier, het is ook beter voor de biodiversiteit en de kwaliteit van de openbare ruimte.
Duurzaamheid betekent volgens Marinus veel meer dan alleen energiezuinige woningen. "We hebben ook gekeken naar hoe de wijk over dertig of veertig jaar nog prettig blijft."
Daarom is veel ruimte gereserveerd voor openbaar groen en bomen. Die zorgen straks voor verkoeling tijdens warme zomers en maken de straten aangenamer om doorheen te wandelen.
Ook de woningen zelf zijn ontworpen met flexibiliteit in gedachten, zodat bewoners hun woning in de toekomst eenvoudig kunnen aanpassen aan veranderende woonwensen.
Een ander belangrijk uitgangspunt was het behouden van zicht op het omliggende landschap. "We hebben geprobeerd om vanuit zoveel mogelijk plekken tussen de woningen door uitzicht op de polder te houden. Juist dat contact met het landschap maakt deze plek bijzonder."
Vanaf verschillende straten, hofjes en parkjes blijven de zichtlijnen richting de Busch en de open polder behouden. Daardoor voelt de wijk ruim.
Wanneer we Marinus vragen hoe hij hoopt dat Eilanden van Hain er over twintig of dertig jaar uitziet, hoeft hij niet lang na te denken.
"Ik hoop vooral dat het kleine gemeenschappen worden. Dat mensen zeggen: wij wonen op dát eiland. Dat ze elkaar kennen, elkaar ontmoeten op de vlonder of in het park en samen genieten van het water en het groen."
Misschien is dat wel de grootste kwaliteit van Eilanden van Hain. Niet alleen de architectuur of de woningen, maar de manier waarop landschap, water, natuur en ontmoeting samenkomen in één woonomgeving.
Voor toekomstige bewoners begint straks een nieuw hoofdstuk. Voor de architecten is het mooiste compliment misschien wel wanneer de wijk over een paar jaar voelt alsof hij er altijd al heeft gelegen: geworteld in de Zaanstreek, verbonden met het landschap en gemaakt voor de generaties die er gaan wonen.
Foto: Marinus Jongeneel, senior architect Common Affairs.